Cor & Sjaan - Deel 18
Hanneke komt langs om definitief af te spreken voor de vakantie. Als Sjaan de voordeur voor haar open doet, komt Cor ook net aan wandelen. Samen met Hanneke stapt hij binnen.
Bij DvD staat ontmoeting, warmte en gezelligheid centraal. Loop ook eens bij ons binnen!
Tekst door Willie Heuser
Visuele vormgeving door Richard Dekker
De afbeeldingen van 'Cor & Sjaan' zijn gegenereerd met behulp van AI.
Willie Heuser is vrijwilligster bij Dubbeldammers voor Dubbeldammers én schrijfster van het vervolgverhaal over Cor & Sjaan. Willie neemt je mee in een verhaal vol dagelijkse belevenissen, herkenbare momenten, met een vleugje humor en een blik in het leven van dit bijzondere Dubbeldamse stel dat al 54 jaar lief en leed deelt.
Hanneke komt langs om definitief af te spreken voor de vakantie. Als Sjaan de voordeur voor haar open doet, komt Cor ook net aan wandelen. Samen met Hanneke stapt hij binnen.
Cor en Sjaan hebben een nummertje getrokken bij de afdeling waar ze hun paspoorten gaan aanvragen. Er zijn twaalf wachtenden voor hen. Cor is al twee keer even naar buiten gelopen, omdat hij het wachten niet langer kon volhouden. Sjaan durfde niet mee naar buiten, te bang dat dan net hun nummer aan de beurt zou zijn terwijl zij buiten staan.
Terwijl Sjaan sangria inschenkt, pakt Cor de Grote Bosatlas uit de boekenkast. “Hè Cor, nou even niet lezen, hoor. Kom nou maar gewoon even hier zitten, joh. Gezellig.” Sjaan ziet een vakantie opeens weer helemaal zitten en zeker nu de hele organisatie door Hanneke geregeld gaat worden. “Ja, ja, ik zoek alleen even op waar Tenerife ligt. Ik dacht vlakbij Rhodos, toch?” “Spanje, Cor. Ze spreken daar Spaans, dus waarschijnlijk bij Mallorca, want het is een eiland, volgens Hanneke. En het is dus minder lang vliegen dan naar Griekenland.”
Als Hanneke weer naar huis is en Sjaan de koffiemokken naar de keuken brengt, loopt Cor haar achterna. “Kom je afwassen?”, vraagt Sjaan, terwijl ze dondersgoed weet waarom Cor haar achterna komt. Die komt verhaal halen waarom ze opeens heeft ingestemd met een vakantie naar Tenerife. “Wat was dat nou opeens?”, vraagt Cor. “Tenerife? Wil je daar naartoe? Dat is geen Texel, hè.” “Ja, dat weet ik ook nog wel, hoor.”, mompelt Sjaan, terwijl ze de kraan laat lopen.
Sjaan komt terug uit de stad en is hevig teleurgesteld. Ze ploft neer op de bank en uit haar frustratie. “Wat is er in de stad aan de hand? Het is al erg dat V&D weg is, daar kon je nog voor van alles terecht, maar ik kan niet eens in mijn eigen stad een badpak kopen.” Cor toont belangstelling op zijn manier: ”Wat een drama, zeg!”
Terwijl Sjaan naar boven is gegaan om haar badpak op te zoeken voor een mogelijke vakantie in het buitenland, zit Cor met zijn voeten op de salontafel te genieten van een verboden borreltje. Maar zodra hij haar voetstappen op de trap hoort, trekt hij snel zijn voeten van tafel en verstopt zijn borreltje onder de stoel. Met een uitgestreken gezicht kijkt hij naar buiten, alsof er niks aan de hand is. Maar zodra hij weer de kamer inkijkt en Sjaan ziet staan, verslikt hij zich en begint te hoesten. En dat zonder sigaar of sigaret.
“Joehoe!!! Cor, ik ben er weer!”, roept Sjaan als ze binnenstapt.“Ik hoor je!”, roept Cor vanuit de woonkamer. “We gaan op vakantie. En jij mag kiezen waarheen. “, zegt Sjaan enthousiast terwijl ze zich op de bank laat vallen. “Hè, hè, ik heb gewoon hard gelopen, zo leuk vind ik dit.” “Godallemachtig! Ben je in je haast onderweg je haar verloren?” en Cor bekijkt haar eens kritisch van alle kanten. “Uh, ja, dat groeit wel weer aan, hoor.”, sust Sjaan hem snel. En ze haalt snel twee handen door haar korte koppie, alsof het dat plots laat groeien.“Sjonge, jonge, Sjaan, kreeg je korting of zo? Twee keer knippen , één keer betalen, of zo?”
“Cor, ik ben zo weg, hoor!” roept Sjaan vanuit de gang naar boven.“Weg? Hoe bedoel je? Waar ga je heen?”, vraagt Cor vanuit zijn trainingskamertje, waar hij zijn hometrainer heeft staan. Heel veel meer kan je er niet over zeggen, want de hometrainer staat daar een beetje te verstoffen. “Ik ga naar de kapper, dat weet je toch nog wel?” roept Sjaan weer naar boven, terwijl ze haar jas aantrekt en haar tas pakt. Dit is voor Cor het directe sein om zijn sigaret te doven en accuut het raam te sluiten, voordat Sjaan naar buiten stapt en hem uit het raam ziet hangen. Net op tijd is het raam dicht en ziet hij Sjaan naar boven kijken. Hij zwaait vrolijk terug naar haar. Nog even… en dan kan het raam weer open. Geen luchtjes binnen.Sjaan heeft een afspraak op het Damplein. Het is weer tijd voor een knipbeurt en een permanent. Haar haar kleurt ze al jaren niet meer, want ze werd gek van de uitgroei. “Hallo tante Sjaan. Gezellig dat je er weer bent.” Sjaan vindt het prima dat de meiden haar tutoyeren, maar haar bij de voornaam noemen, ging haar iets te ver. Dan maar tante Sjaan, als is ze van geen van de kapsters de tante. “Kom maar meteen zitten, hoor.”, zegt Daisy, haar vaste kapster. “Krullen en knippen, hè?” “Ja, maar niet te kort, hoor.”, waarschuwt Sjaan.Ze kent de knipwijze van Daisy; te enthousiast en altijd net iets te kort. “Ik weet hoe graag jij knipt, en dat ik er weer maanden tegenaan kan, maar ome Cor vindt het me niet leuk staan. We gaan dan te veel op elkaar lijken, zegt hij. We hebben al allebei bijna dezelfde kleur haar, en als ik het net zo kort heb als ome Cor zouden we verwisseld kunnen worden, volgens hem. Nou heb ik ome Cor nog nooit in een jurk gezien, gelukkig niet zeg! En al draag ik af en toe een broek, ik lijk toch niks op ome Cor, zeg nou zelf Daisy. Wat vind jij nou?”Daisy weet inmiddels dat ze geen antwoord hoeft te geven, want Sjaan neemt haar kappersmomentje altijd maar al te graag om eens lekker te kunnen kletsen. De onderwerpen zijn altijd luchtige prietpraat, en Daisy hoeft amper te luisteren, laat staan te antwoorden. “Ome Cor is aan het sporten geslagen. Hij zit elke dag minstens een half uur op zijn hometrainer in zijn sportkamertje. Goed, he. Zo hou je de dokter buiten de deur. Nou ja, niet altijd geeft dat goeie garanties, want kijk mijn zus Mira nou maar eens. Die heeft een TIA gehad en ze is aan het dementeren geslagen. Ik wil het voor ome Cor en mij niet zover laten komen en daarom zou ik willen dat we iets laten vastleggen bij een notaris.”
Als Sjaan thuiskomt zit Cor op een krukje aan de eettafel. De eetkamerstoelen zijn nog steeds nat van de regenbui waar ze die ochtend tesamen met het hele woonkamerinterieur in stonden. Cor haalt een krukje voor Sjaan. “Hoe was het met je zus?”, vraagt Cor belangstellend, maar eigenlijk heeft hij helemaal niks met Mira. De kakelkip, die op verjaardag altijd het hoogste woord had en alles altijd beter wist dan een ander. Mira die altijd haar man te kakken zette met haar zogenaamde grappige anekdotes over hem. En Sjoerd vond het nog leuk ook, wat ze allemaal uit de doeken deed over hem.“Ze is gevallen, heeft een TIA gehad en ze ligt onzin uit te kramen.”, vertelt Sjaan. “Dat is niks nieuws, op die TIA na dan, en dat ze is gevallen.” “Het heeft mij aan het denken gezet, Cor. We moeten iets op papier laten zetten.” “Wat bedoel je?”, Cor kan zijn Sjaan niet altijd volgen. “Ik denk dat we bij de notaris iets op papier moeten laten zetten. Voor als ons iets overkomt.”, Sjaan wordt nu heel ernstig en dan is het zaak voor Cor om goed op te blijven letten. Om vooral geen details te missen, wanneer zijn gedachten afdwalen.“Kijk, stel dat jij of ik zo worden als Mira. Wat gaan we dan doen?” Cor heeft hier he-le-maal geen zin in. Geen zin om na te denken over het verval, de aftakeling, en het verlies van Sjaan bijvoorbeeld. “Zullen we een boterhammetje gaan maken?” probeert hij, maar Sjaan houdt aan. “Ik meen het, Cor. We moeten hier eens echt over na gaan denken.” Cor denkt aan een tosti, daar heeft hij trek in, en hij staat op en loopt naar de keuken. Sjaan zucht en sjokt achter hem aan. Dit plan zal ze zelf moeten gaan bedenken, want Cor heeft zijn kop al in het zand gestoken.
Als alle natte meubels weer in de kamer staan en met de halve voorraad aan handdoeken is afgedroogd, zakt Sjaan op een stoel neer. Alle moeite voor niks. Een ochtend sjouwen voor nop. “Ach joh…”. Probeert Cor haar op te beuren. “Alles is lekker schoon geregend, de planten lekker besproeid, en je kleedjes uitgeklopt. Prima, toch.” Sjaan kan er de positiviteit niet van inzien. Wat overblijft zijn twee wassen aan handdoeken, en stoelen, waar je voorlopig nog niet op kunt zitten, zonder er met een natte broek vanaf te komen.“Ik ga boven even fietsen.”, en Cor loopt de gang in, haalt uit zijn jaszak zijn aansteker en pakje shag; zijn onmisbare attributen voor een geslaagde work-out. “Ik ga even naar Mira.”, roept Sjaan hem na. Ze moet er even uit. Mira is de oudere zus van Sjaan. Sinds een jaar woont ze in Dubbelmonde in een woongroepje met beginnend dementerende bewoners. Als Sjaan de gezamenlijke woonkamer binnenkomt is Mira er niet. Volgens de andere bewoners is ze op haar kamer en Sjaan loopt naar de lift.“Kom je voor je zus? Ze ligt op bed. Ze is gisteren gevallen.” Weet een medebewoner bij de lift te melden. Als Sjaan Mira’s kamer binnen stapt, ziet ze haar zus als een zielig hoopje in bed liggen. “Hee, meissie. Wat is er gebeurd?”, vraagt Sjaan als Mira haar kant opkijkt.“Wat kom jij nou doen? Waar is Sjaak?” “Sjaak? Welke Sjaak?”, Sjaan heeft geen idee wie haar zus voor ogen heeft. Haar overleden man heette Sjoerd. Ze zal hem toch niet bedoelen. “Ja, dat weet ik ook niet, hoor. Kom je me ophalen?”, vraagt Mira en ze probeert op te staan uit bed, maar haar verkrampte gezicht laat zien dat dit niet gaat lukken.“Blijf nog maar even lekker liggen, Mier, het is nog vroeg.”, sust Sjaan haar zus. “Nee, ik moet eruit, hoor Cor. De kapper komt zo mijn haar doen, joh.” Cor? Sjaak? Bedoelt ze ons, vraagt Sjaan zich af. “Oh, komt iemand je haar doen? Moet je niet zelf naar de kapper? Ik kan je wel even brengen.” “Nee hoor, dat hoeft niet…”, en Mira zakt weg in de kussens en dommelt in slaap.
Als Cor ’s ochtends beneden komt, lijkt het wel of hij een stukje film kwijt is. De halve kamer is ontruimd en het meubilair staat nu in de achtertuin. Achter in de tuin ziet hij Sjaan staan. Ze staat kleedjes uit te kloppen of haar leven er vanaf hangt. Wat heeft hij gemist in dit alles?“Waarom staat mijn stoel in de tuin? Gaan we verhuizen, of zo? “vraagt Cor, als Sjaan weer binnenkomt. “Help even mee, als je wilt. Het vloerkleed moet naar buiten zodat ik het kan kloppen.”,en Sjaan begint al aan een punt van het vloerkleed te trekken. Cor moet haastig opzij stappen om niet omver getrokken te worden. “Waar ben jij nou helemaal mee bezig? Gaan we kamperen in de tuin?” Cor voelt niets voor deze veranderwoede van Sjaan en loopt naar de keuken om een boterham voor zichzelf te smeren.“Is er nog geen koffie? ” vraagt hij teleurgesteld als hij een kopje uit de kast heeft gepakt. “Cor, alsjeblieft, zeg. Daar heb ik gewoon geen tijd voor gehad, hoor. Help je me nou even mee, of moet ik alles weer zelf doen?” Terwijl Cor haar helpt om het kleed naar buiten te dragen, vraagt hij zich af of dit opkriebelende hormonen zijn die dit bij zijn vrouw teweeg brengen. Als het kleed met de mattenklopper (uit een ver verleden bewaard gebleven) flink is uitgeklopt, en Sjaan zich eindelijk tijd gunt om even te zitten zegt ze:“Ik ben met de grote schoonmaak begonnen. Net zoals mijn moeder vroeger deed. Ik heb gelezen in de Margriet dat dat niet alleen goed is voor de hygiëne in huis, maar ook goed is voor je mentale gezondheid.” Zo! Dat had ze even goed verwoord, vindt ze zelf.“Oh ja?” zegt Cor alleen. En hij vraagt zich af wat er gaat volgen op deze “grote schoonmaak”. Het opnieuw behangen van de wanden, schilderen van de deuren? Hij moet er niet aan denken! Want dit soort klussen schuift Sjaan altijd door naar hem, dat is duidelijk.“Jij nog koffie?” Sjaan brengt twee mokken koffie de woonkamer in , waar ze plaatsnemen op de bank, een van de weinige meubelstukken die ze niet in haar eentje naar buiten heeft kunnen sjouwen. De tafel lukte maar net, de zes stoelen gingen prima, de bijzettafeltjes, de schemerlampen, de planten, de kleedjes, de grote klok aan de muur, het theekastje, de stoel van Cor was ook even lastig, maar stond even later ook buiten. Sjaan heeft zwaar werk verricht en kijkt met een tevreden blik de kamer rond.
Er stopt een bestelbus in de straat. Op de zijkant staat DHL. De koerier stapt uit en belt aan bij Cor en Sjaan. “Sjaan, er staat een knul voor de deur met een pakket. Is dat voor…?” Cor kan zijn zin niet afmaken, want Sjaan komt aangedribbeld en doet vrolijk de deur open. “Goeiemiddag.”“Wilt U hier even een krabbeltje zetten?” vraagt de koerier en reikt haar een pen aan. Sjaan dribbelt weer terug naar de woonkamer om haar leesbril te halen, maar als ze terug komt bij de voordeur is de koerier al weggereden en heeft het pakket voor de deur laten staan. “Krijg helemaal het heen en weer.”, moppert Sjaan. “Hoe krijg ik dit nou boven?”“Wat moet er naar boven?”, Cor is naast haar komen staan, maar wordt door Sjaan meteen terug de woonkamer ingeduwd. “Het is een verrassing! Voor jou!”, roept ze blij uit. Cor weet niet wat hem overkomt. Een verrassing, voor hem? En dat van Sjaan? Er komt een grijns op zijn gezicht, maar meteen krijgt hij argwaan. Wie zegt hem dat de verrassing die Sjaan voor hem in petto heeft een blijde verrassing is?Uren later (zoon Herman en schoonzoon Patrick werden opgetrommeld om de verassing voor Cor naar boven te sjouwen en te monteren) mag Cor eindelijk naar boven komen. “Kijk eens!” zegt Sjaan als ze de deur van de logeerkamer open zwaait. “Een fiets. Voor de kleinkinderen?” “Ja, dat mag ook, maar hij is voor jou. Om aan je conditie te werken. En misschien klim ik er ook een keer op. Geweldig, toch?”Om zoveel enthousiasme kan Cor niet heen en hij stelt zich coulant op. “Wat een goed idee, Sjaantje. Dank je wel.” Als Hanneke de volgende dag naar de straat in komt fietsen om bij haar ouders naar de nieuwe hometrainer te komen kijken, ziet ze haar vader boven uit het raam hangen. Er kleeft een dun sigaartje aan zijn onderlip.