Deel 28

Wat vooraf gebeurde: Cor en Sjaan zijn teruggekeerd uit het ziekenhuis met goed nieuws voor Cor en het gewone leven keert weer terug.

“Cor…”, begint Sjaan, als ze de woonkamer binnenkomen. Nou komt het, denkt Cor, en hij maakt al aanstalten om weer om te keren naar de gang. “Cor…, ik dacht zo…”, maar Sjaan kan haar zin niet afmaken, omdat Cor haar in de rede valt: “Ik ga even boven op mijn fiets. Tot zo!”

“Wacht nou even! Ik heb een goed idee!” Nu moet ik zeker even op mijn fiets, denkt Cor en hij zet al een voet op de traptree, maar Sjaan houdt hem vast.

“Wat dacht je ervan als we een abonnement op de sportschool nemen? Ze hebben speciale seniorenabonnementen met korting. En aangezien jij toch al twee keer per dag op je fiets zit, dacht ik, met jouw conditie moet het een eitje zijn om daar wat meer te gaan doen dan alleen trappen. Bovendien heb ik gelezen dat wielrenners ook last van hun prostaat kunnen krijgen. Dus dan snap je dat je misschien ook beter eens iets anders zou kunnen doen dan alleen fietsen. En voor mij zijn er leuke lessen: yoga en pilates, cardio-boxing, body-pump…”

Ondertussen heeft Cor liefdevol haar hand van zijn arm losgemaakt en is met een diepe zucht door gelopen naar boven, waar hij Sjaan nog door hoort ratelen. Bovenaan de trap probeert hij zijn gehijg na deze inspanning zoveel mogelijk geluidloos te maken. Sjaan hoeft niet te weten dat zijn conditie beneden alle peil is.

Hij doet de deur van zijn fietskamertje dicht en bekijkt de hometrainer eens goed. Het zadel is stoffig; hij heeft er lang niet opgezeten. Hij draait eens aan een trapper. Die doet het nog soepel. Hij pakt het stuur eens vast en knijpt in de remmen. Nergens voor nodig; hij gaat toch niet bergaf.

Dan voelt Cor in de zakken van zijn jasje. Stik, de sigaartjes liggen nog beneden. Om nu weer naar beneden te gaan, een smoes voor Sjaan te bedenken waarom hij zijn “training” onderbreekt, en dan weer de trap te beklimmen, uit te hijgen enzovoorts, gaat hem te ver.

En dan gebeurt het onvoorstelbare: Cor zet zijn ene voet op de trapper, zwaait zijn been over het stoffige zadel, plaatst zijn andere voet op de andere trapper en laat zich op het zadel zakken. 

Zo! Dat zit! Langzaam zet hij zijn voeten in beweging. Dit voelt best wel stoer, zo voorovergebogen op een denkbeeldige racefiets.

Meteen gaan zijn gedachten naar de grootheden uit de wielrengeschiedenis; Bernard Hinault, Jan Janssen, Hennie Kuiper, Eddy Merckx, Lance Armstrong…. Man, man, wat een fantastische renners waren dat. En ondertussen trapt Cor gedachteloos de trappers rond.

En net op dat moment stapt Sjaan binnen. “Ik ben toch zo trots op jou, wat ben je toch een doorzetter!”

Wordt vervolgd in deel 29 …