Deel 30

Wat vooraf gebeurde: Sjaan is bijna van de hometrainer gevallen en heeft het idee van de sportschool meteen laten varen.

Als Cor de woonkamer in komt, zit Sjaan met een tissue haar bloed te deppen. Tijdens de-bijna-val van de fiets heeft ze op haar tong gebeten en die bloedt nu.

“Gaat het weer?”, vraagt Cor bezorgd. “Laat me eens kijken.” Als Cor voor haar staat steekt ze haar tong naar hem uit en moet ze om haar eigen ondeugende gebaar opeens lachen.

Cor schiet ook in de lach, en niet zozeer om de tong die ze naar hem uitsteekt, maar om het hele voorval op de hometrainer.Als ze samen zijn uitgelachen wil Cor even iets duidelijk maken voor hij straks weer overvallen wordt met de onverwachte verrassingen van Sjaan. “Luister eens Sjaan, ik stap echt niet in een kano of een roeiboot, hoor. Het is maar vast dat je dat weet.”

“Waar heb jij het nou over?”, en Sjaan vraagt zich nu af of zij iets heeft gemist of dat Cor wartaal uitslaat. “Ik ga niet roeien én niet peddelen. Motorbootje, okee, maar verder niet.”, en dit gezegd hebbende loopt hij naar de keuken en schenkt zich een kop koffie in. “Jij ook nog?”, roept hij naar de woonkamer.

Het duurt even, maar als Sjaan een slok van haar koffie neemt, begint het ineens te dagen. “Pe-dellen Cor, pe-dellen. Ze gaan bij de tennisclub een pe-delbaan bouwen. Tegen die tijd kunnen wij eens kijken of dat iets voor ons is.”

Cor knikt gerustgesteld. Ze moeten nog bouwen, ha ha, dus dat duurt nog heel lang. Tot die tijd geen zorgen voor morgen voor Cor. En hij pakt verheugd nog een tweede koekje uit de trommel.

Wordt vervolgd in deel 31 …