Wat vooraf gebeurde: Sjaan heeft het idee van een abonnement op de sportschool laten varen. Haar aandacht gaat nu naar iets anders…
“Zie je dat, Cor?”, vraagt Sjaan, en ze schuift de vitrage een stukje opzij. “Ze gaan eindelijk aan de slag aan de overkant.” Cor hijst zich overeind uit zijn stoel en gaat achter Sjaan staan om te zien wat ze bedoelt. Recht tegenover hun huis stond het huis van mevrouw Kattenkop al een poosje leeg, maar nu lijkt er beweging in te komen.
Mevrouw Kattenkop (haar eigenlijke naam was Sjaan al heel lang vergeten en ze noemde haar al jaren mevrouw Kattenkop, vanwege haar snibbige opmerkingen tegen iedereen in de straat), maar mevrouw Kattenkop was een half jaar geleden op haar pas geschrobde stoepje onderuit gegaan en was met haar kattenkop op de tegels terecht gekomen. Sjaan reageerde toen dat mevrouw Kattenkop gezegd zou hebben”. Eigen schuld, dikke bult! Moet je maar geen groene zeep op je stoep gooien als je gaat schrobben.”
Maar Sjaan was geen kattenkop en was vervolgens de volgende dag naar het ziekenhuis gefietst met een grote bos bloemen voor de ongelukkige buurvrouw, die daar nu lag met een groot verband om haar hoofd. Kattenkop was dan wel op haar hoofd gevallen, maar haar snibbigheid was er niet mee verdwenen: ” Chrysanten! Weet je wel hoe milieu-onvriendelijk die bloemen zijn!”
Sjaan had de bloemen met een wild gebaar in een vaas gepropt en was weer naar huis gefietst. Mevrouw Kattenkop was een week later overleden aan een hersenbloeding. De bloemen stonden er nog prachtig bij en hadden nog prima op haar graf kunnen staan.
“Goh, ja, eindelijk.” zei Cor en hij liet zich weer in zijn stoel zakken.
Er waren mensen die door het lege huis liepen en toen ze later de voordeur uitstapten riep Sjaan opeens uit: ”Krijg nou wat! Daar heb je Johannes!”
De naam Johannes liet bij Cor geen belletje rinkelen, maar toen hij het verrukte gezicht van Sjaan zag, begon hem langzaam iets te dagen. Johannes, was dat niet die kerel die vrouwen van hun spataderen afhielp door hun benen zachtjes te masseren? En was Sjaan daar toen ook niet een paar keer door behandeld? Cor keek eens naar de benen van zijn vrouw. Het rechterbeen zag er prachtig uit, maar het op het linkerbeen liep nog steeds de Blauwe Donau.
“Je bedoelt die Masseur toch niet?”, vroeg Cor nog even voor de zekerheid. “Ja, die ja. Wat een magische handen had die man toch… En zo triest dat hij zijn baan moest opgeven.“ verzuchtte Sjaan dromerig, en ze voelde ongemerkt even aan haar linkerbeen.
“Kattenkop zou gezegd hebben: Eigen schuld, dikke bult. Had je maar niet met je hand in die hakselaar moeten zitten!” Cor was toen niet met een bos bloemen naar de masseur gereden, inwendig blij dat aan het gezwijmel van zijn vrouw een einde was gekomen. Sjaan stond nog steeds voor het raam te kijken. Cor keek haar even van opzij aan.