Wat vooraf gebeurde: Sjaan heeft ontdekt dat een van de nieuwe overburen een oude bekende is... en dit roept herinneringen op.
Sjaan zag Johannes naar een auto lopen, instappen en vervolgens wegrijden. “Goh….”, zuchtte Sjaan en ze liep bij het raam vandaan. “Hij rijdt wel auto...”
“Hoe bedoel je?”, vroeg Cor, een beetje geïriteerd. “Nou, hij heeft nog maar één hand natuurlijk. Hij zal wel een aangepaste auto hebben. Wat denk jij? Gaat hij aan de overkant wonen?”, vroeg Sjaan dromerig. “Ik hoop ’t niet.”, mompelde Cor vanachter zijn krant. Maar Sjaan hoorde hem niet meer, want ze was op een holletje naar de gang gedrenteld om vliegensvlug haar jas aan te trekken. “Ga je weg?”, riep Cor naar de gang.
“Ja, ik moet opschieten. Ik zou toch naar Mira gaan om met haar een kopje koffie te drinken. Tot straks, Cor!”, en in de haast vergat ze gewoon haar man de gebruikelijke kus bij afscheid te geven. Cor had er zijn krant al voor laten zakken en zijn ogen gesloten en zijn wang naar haar toegekeerd. “Mooi boel!”, en hij las weer verder.
Twee uur later stapte Sjaan weer naar binnen. Terwijl ze haar jas in de gang aan de kapstok hing begon ze al te kwebbelen. “Mira zat er maar onverzorgd bij, hoor, verschrikkelijk joh. Ze had gewoon een snor!”
Cor had de tafel al gedekt voor de lunch en zat aan tafel op haar te wachten. “Wat zeg je?” “Een snor! En drie lange haren op haar kin! Je gelooft het toch niet?”, was het verontwaardigde antwoord van Sjaan. “Een snor?”, Cor’s wenkbrauwen gingen even omhoog. “Ik heb een pincet uit de EHBO-doos gepakt en die drie haren uit haar kin getrokken, maar verder kwam ik niet om haar een beetje verzorgd neer te zetten, want kijk!”, en Sjaan liet Cor haar arm zien. Drie lange bloedkrassen waren het zichtbare bewijs van het verzet van Mira. “Toe maar…”, was alles wat Cor kon uitbrengen.
“Je ziet dus ook dat ze haar nagels daar niet knippen, want die waren zo lang als van een heks. Ik wilde haar nagels knippen, maar toen gaf ze me een keiharde schop tegen mijn been. Kijk!”, en Sjaan toonde een blauwe plek op haar scheenbeen. “Ze zoekt het dus maar uit met haar snor.”
Sjaan liet zich eindelijk zuchtend op haar stoel zakken. “Zo, hèhè, lekker krentenbollen, mmm. Cor? Kijk jij eens goed. Zet je leesbril eerst eens op. Heb ik haren op mijn kin? Eerlijk zeggen, hoor.”, en Sjaan stak haar kin ver naar voren zodat Cor een grondige inspectie kon uitvoeren.
“Welnee, meid, niks te zien, hoor.”, en Cor nam een flinke hap van zijn krentenbol. Deze inspectie nam Sjaan niet serieus, wetende dat zijn leesbril niet meer voldeed. “Ik ben voor de zekerheid toch maar even langs die schoonheids-specialiste in de Jasmijnstraat gereden voor een afspraak. Je weet maar nooit wie je onverwacht tegen kan komen.”,zei Sjaan, en Cor zag de dromerige blik alweer in haar ogen.
“Zeg, Sjaan… Ik heb nog twee handen. Zal ík die bloeduitstorting straks wegmasseren?”, grapte Cor, maar het grapje kwam niet over. Sjaan keek hem even aan en nam toen ook maar snel een hap van haar bol.